Ds. Willem Vermeulen, 12½ jaar predikant te Bergen op Zoom.
Ds. Willem Vermeulen, inmiddels bijna 13 jaar predikant in Bergen op Zoom. Tijd voor
een terugblik, maar ook voor vooruitzien. Daarom sprak ik met hem over zijn drijfveer om predikant te
worden en dat beroep in Bergen op Zoom in praktijk te gaan brengen.
Wat was je drijfveer om predikant te willen worden?
In ben afkomstig uit een echt "gereformeerd nest", waarin de kerk een belangrijke rol speelde. Niet
alleen op zondag, maar ook door de week, met o.a. jongelingsvereniging, vrouwenbond enz. De kerk diende voor velen als emancipatiebeweging. Mensen uit de arbeidende klasse vervulden een belangrijke rol binnen kerk, hetzij als organist, koorlid of ouderling.
De rol van de kerk hierbij heeft mij altijd geïntrigeerd, ook de bijbelse verhalen hebben altijd een diepe indruk op mij gemaakt. Naast de boeiende verhalen interesseerde ik mij in de ontwikkeling van de mensen en de kerk, het stimuleren van het diaconaat, kortom het hele groeiproces.
Wilde je al van jongsafaan predikant worden?
Dat kwam pas na mijn 20e jaar. Op 26-jarige leeftijd ben ik aan de predikantenstudie begonnen. Na mijn mavo-opleiding ben ik de Rotterdamse haven op een kantoor als cargadoor gaan werken. Dat vond ik wel leerzaam, maar geen taak tot mijn 65ste. Daarom ben ik naar het avondgymnasium gegaan. De ervaring van het cargadoorswerk, efficiënt en zakelijk optreden, kwam mij goed van pas toen ik een bureaufunctie kreeg bij de jongerenorganisatie YMCA. Het jeugdwerk kon je professioneel aanpakken: niet alleen op zondag, maar ook door de week. Je deed zo ook veel mensenkennis op. Ik denk dan ook dat het eerder een voordeel is dan een nadeel om pas als 33-jarige predikant te worden dan als 23-jarige.
Veel vragen hielden de mensen na de oorlog bezig: het zgn. "na-Auschwitz-denken". "Als God bestaat, hoe kun je dan dit alles rijmen". Daarnaast was er het "SamenOpWeg-denken", het oecumenisch denken. Er leefden veel indringender vragen dan in de 30er-jaren.
Wat is er veranderd in je werk als je de beginjaren 1989/1990 vergelijkt met 2001?
In 1989 trof ik een traditionele gemeente aan, maar wel een die klaar was voor veranderingen. Dit bleek ook uit de duidelijke profielschets en de vragen die benoemingscommissie stelde aan de te beroepen predikant. Vragen die o.a. betrekking hadden op introductie van kinderen aan het avondmaal, Samen op Weg, een plek voor jongeren en kinderen in de gemeente. Uit alles bleek een oecumenisch elan, tevens zag ik er een link naar mijn werk bij de YMCA.
Zijn kerkenraad en gemeente ook veranderd? Was er ruimte om ideeën te realiseren?
Samen op Weg mogen we redelijk gelukt noemen.
Jongeren komen we tegen op vele gebieden. Jongeren hebben een eigen plek in de gemeente gekregen. Zowel in geestelijke, organisatorische als in letterlijke zin met hun nieuwe onderkomen in de Ontmoetingskerk.
Met de oecumene hebben we goede periode achter de rug. Bovendien mogen we stellen dat de Prot. Christelijke Kerkgemeenschap een duidelijke herkenbare plek heeft in de stad.
Een belangrijk aandachtspunt is echter dat mensen minder kennis hebben op bepaalde voor de kerk essentiële gebieden. Kennisoverdracht was vroeger groter: o.a. via vrouwen- en mannen- verenigingen en jongerenclubs. Voor de kerk ligt er dus een taak in het actueel houden van (noodzakelijke) kennis.
Vind je één eredienst per zondag dan misschien een gemis? Ik denk hierbij aan de vroeger "leerdiensten".
Het voordeel van een enkele dienst is dat je als totale gemeente bijeenkomt (oppasdienst, kindernevendienst, koffiedrinken enz.)
Vroeger was er in de prediking veel aandacht voor de levenswandel ("het geheven vingertje" is niet meer van deze tijd).
Zelf vind ik de genadeverkondiging en de bijbeluitleg belangrijk. "God kiest voor jou!" Gelovigen zijn volwassen die zelf hun leven dienen in te vullen. De kerk kent nu een hogere acceptatiegrens. Die ontwikkeling zie ik ook bij mijzelf. In de ochtenddienst is ruimte voor verkondiging in woord en spel, zoals ZVO, uitslaapdienst enz.) Centraal hierbij is de rode draad uit de Bijbel. "Verwondering" mag je belijden.
Wat is de houding van de senioren geweest bij de ontwikkelingen in de kerk?
De senioren reageerden over het algemeen positief. Zij zagen graag meer jongeren in de kerk.
Ik zeg altijd: "Kom als er problemen zijn". Er zijn dan ook veel huisbezoeken geweest (bijv. rondom het thema kind en avondmaal). We moeten duidelijk zien dat de ontwikkeling in de kerk actie is van predikant én kerkenraad. Via het informele circuit zijn er veel zaken besproken, toegelicht en ook opgelost.
De Vastenavonddienst is een onderdeel van een speciaal volksfeest in Bergen op Zoom. Zo- iets zou misschien in Roosendaal niet kunnen. Het is een totaliteit van school, gezin enz. Het doet denken aan koninginnedag als het volksfeest van vroeger.
Vastenavond was in het begin een verloren weekend voor de kerk. De kerk was afwezig. Maar de kerk moet te allen tijde iets kunnen zeggen: overal waar dood en rouw is, waar mensen op reis zijn (Schiphol bijv.).
Nu heb je een unieke werkmethode, zoals bij het Jazzweekend. Het meeste publiek is bij de kerkdienst. De verkondiging vindt plaats via woord en muziek. Het is een unieke situatie voor een dominee om voor 1200-1400 mensen te mogen preken.
Wat motiveert je in je werk als gemeentepredikant?
Het zoeken hoe de Goede Boodschap te vertalen is in het woord van vandaag. Hoe kan ik het aan de huidige generatie vertellen?
Ik wil mensen kunnen motiveren in alle stadia van het leven. De evangelieverhalen zijn prachtig om te vertellen én om te horen. Ook al geloof je niet, je hebt te maken met wereldliteratuur
De tijd van leven is vluchtig! Een oude preek is niet meer opnieuw te gebruiken!
Je verzorgt de kerkdiensten met zichtbare inspiratie en genoegen. Klopt dat?
Ja, ik zie er nooit tegenop. Het is uitdagend dingen aan de orde te stellen. Ik ken daarbij geen plankenkoorts. Ik streef naar een koppeling van het verhaal van alle eeuwen met het verhaal van vandaag.
SoW is van beide kanten moeizaam gegaan in BoZ.
Als je terugkijkt, na twee jaar federatie, is het je dan meegevallen?
Ja, niemand wil terug naar de oude situatie. We hebben nu een heel andere kerk, met 2500 ingeschreven leden. De heeft andere verhoudingen en andere vormen van meelevendheid tot gevolg. De korte lijnen van vroeger zijn niet meer. Het is een uitdaging in deze nieuwe situatie een weg te vinden. Je moet de oude nestgeur loslaten zonder je achtergrond te verloochenen.
Je bent niet bang dat er in de toekomst onvoldoende vrijwilligers in de kerk zijn?
Vroeger verrichtte een kleine groep veel werk. Nu doen veel mensen kleine taken.
De kerk moet zuinig omgaan met vrijwilligers. We moeten een infrastructuur bieden, o.a. met administratieven ondersteuning. We moeten mensen ruimte geven om te doen waarin men goed is. Ik ben niet pessimistisch: er zal voldoende enthousiasme blijven.
We moeten ook blijven geloven in en vertrouwen op Gods hulp hierbij.
De Ontmoetingskerk heeft jouw volle belangstelling. Restauratie is broodnodig. Heb je goede hoop dat het gaat lukken met de "kanjerregeling"?
Het is een goede zaak voor de stad als de Prot. Christelijke Kerk ook voor komende generaties "fysiek" zichtbaar herkenbaar is. ( De kerk met toren naast bijv. moskee met minaret).
Je wordt serieus genomen. Je bent aanspreekbaar vanuit het gebouw. De architect van de Ontmoetingskerk heeft in zijn ontwerp niet voor niets de vormgeving als symboliek gebruikt.
Op het horizontale vlak kunnen we laten zien wat er vanuit het verticale vlak is ontstaan.
Met het geld, (zoals o.a. uit de kanjerregeling van minister van Boxtel -GK) zal 't wel lukken.
Heb je voor de toekomst al nieuwe concrete plannen of ideeën?
Het dieptepunt in de secularisatie is voorbij. We moeten nieuwe wegen vinden om aansluiting met de jonge generatie te vinden.
Voorlopige doelstellingen zijn o.a.:
- Verbeteringen doorvoeren op het leergebied.
- Vieren:
aandacht geven aan nieuwe impulsen in de reguliere diensten - Dienen:
dienende functie van de kerk versterken. De vergrijzing en vereenzaming nemen
toe. Het is een taak van de kerk hieraan iets te doen. - Jonge generaties opvangen:
jonge generaties hebben een andere levenswijze, hebben geen "vaste dagen" meer. De kerk moet flexibeler zijn. Hoe kan het evangelie een plekje krijgen. Hoe komt er ruimte voor incidenteel bezoek aan de kerk?
Het zou zinvol zijn hierbij het boek van Hendrikse "De gemeente als herberg" eens te lezen.
voorjaar 2001
