Mei 2007

Ver-halen uit Kameroen

In mei 2007 zijn Ria, Hedwig en Eric naar Kameroen geweest. Aanleiding hiervoor was dat de Eglise Evangélique du Cameroun (EEC) het jubileum vierde van 50 jaar zelfstandige kerk. In 1957 droegen Fransen de leiding van de kerk over aan de Kameroenezen. Dit proces is indertijd begonnen in Foumban, de plaats waar wij als gezin in de jaren ’80 gewoond hebben; Jeroen en Hedwig zijn daar geboren.
De EEC telt ruim een miljoen leden, is daarmee één van de grootste protestantse kerken in Kameroen. Er zijn 13 synodale regio’s, met name in het zuiden en westen van het land en één in het noorden.
Op 6 mei werd het jubileum gevierd met een kerkdienst in Foumban, op 13 mei in Douala, waar het nationale bureau van de EEC gevestigd is.
In dit verslag willen wij u een indruk geven van het jubileum, de ontwikkelingen van de nieuwbouw van de kleuterschool en wat reisindrukken.

Het jubileum van de EEC.
In Foumban werd de kerkdienst gehouden in de grote kerk Nda Mbansié. Deze kerk is in de jaren ’70 gebouwd en telt 5000 zitplaatsen. Het zou de grootste protestantse kerk in West-Afrika zijn. Een aantal keren per jaar worden er diensten gehouden, zoals met kerst en in november het oogstfeest, waar jaarlijks de resultaten van de financiële bijdragen voor de kerk bekend gemaakt worden; van elke wijk in de regio wordt de bijdrage genoemd met het bedrag van het jaar ervoor. De wijkkerken nemen ook een belangrijke plaats in in het kerkelijk leven. Daar ligt het accent; men zal ook in de toekomst niet meer dan één keer per maand een dienst die grote kerk houden.
Op 6 mei zou de dienst om 10 uur beginnen. Feestelijk geklede mensen gingen op weg. Er was een stof gemaakt met patronen erin verwerkt over het jubileum. Veel vrouwen droegen jurken, mannen een bloes, soms ook een broek van deze stof. Er waren veel gasten uit binnen- en buitenland. Vertegenwoordigers van diverse kerken uit Kameroen, andere landen van Afrika en Europa. Ook de PKN was vertegenwoordigd door o.m. Bas Plaisir, de secretaris generaal.
Om 11 uur kwam de sultan met zijn gevolg binnen, begeleid door de regionale kerkleiding. Hij nam plaats vlak voor het podium met drie van zijn vrouwen. De dienst kon beginnen. Op de galerij die langs de muren van het gehele gebouw zijn, waren overvol met koren uit de diverse wijken.
Een feestelijke liturgie werd gevolgd. Daarin werd ook benadrukt dat na 50 jaar een moment van verzoening, van vergeving betekent, zoals in het oude Israël de gewoonte was. 50 jaar zelfstandig zijn, een proces van ontwikkeling en van meer verantwoording nemen. Op een volwassen manier samenwerken met anderen en met partnerkerken in Europa.
Er werden 16 nieuwe predikanten bevestigd. Daarvan waren er 4 vrouw. Vanaf 1990 kunnen vrouwen in de EEC tot predikant bevestigd worden. Eén van deze 4 vrouwen is een nicht van de sultan. Zij was voorheen moslima, heeft zich bekeerd tot het christendom en is theologie gaan studeren. Na de bevestiging hield zij mede namens haar pas bevestigde collega’s een toespraak, die met intense aandacht gevolgd werd. Zij gaf daarin o.m. aan dat zij hoopte met haar achtergrond een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan de samenwerking tussen moslims en christenen.
De sultan kreeg daarna ook de gelegenheid om een toespraak te houden. Hij – zelf moslim - benadrukte nog eens dat hij vorst is van alle Bamoun, de volksstam in dat gebied, zowel van moslims als van christenen. Als er feest is, dan wil hij daarin delen. En dat hij de keuze van zijn nicht om predikant te worden respecteert.
Er volgden nog meerdere toespraken; al met al duurde de dienst tot een uur of half vier. Daarna was er voor genodigden een receptie in het paleis van de sultan. Bij het uitgaan van de kerk hebben we veel vrienden en oude bekenden ontmoet, de verrassing van de ontmoeting was groot, zich uitend in enthousiaste omhelzingen. Hartverwarmend.
In Douala was er een vergelijkbare dienst. Ook daar werden nieuwe predikanten bevestigd, dit keer 50. Namens de Nederlandse delegatie sprak Jaap van Slageren. Hij was in de jaren ’60 predikant in de EEC. Vanuit Nederland is de bijdrage in het pensioenfonds voor predikanten van de EEC uitgebreid. Daarmee kan vooralsnog een bescheiden pensioen aan predikanten uitgekeerd worden. Vervolgens bood hij een boekje aan met bijdragen van oud-kameroengangers, met herinneringen aan hun tijd dat ze in de EEC gewerkt hebben. Dit boekje was bestemd voor alle predikanten in de EEC.
In de week tussen beide feestelijke zondagen waren er tussen Foumban en Douala allerlei bijeenkomsten met vertegenwoordigers van partnerkerken uit Europa, discussie over de toekomstige samenwerking; wat kunnen we voor elkaar betekenen?

De Kleuterschool.
De nieuwbouw vordert. De muren zijn opgetrokken. Men was bezig met het graven van de ‘fosse septique’, een diepe kuil waar de waterafvoer op uitkomt. De week na ons vertrek zou men met het dak beginnen. Het streven is om het nieuwe gebouw na de zomervakantie in gebruik te gaan nemen. De belangstelling voor kleuteronderwijs neemt toe. In Kameroen kunnen kinderen op 3-jarige leeftijd naar de kleuterschool. Als ze 5 jaar zijn, kunnen ze naar de lagere school. Het komt steeds meer voor dat ouders hun kinderen al met 3 jaar naar de lagere school willen sturen, bij gebrek aan een kleuterschool. Het plan van de EEC is om in de komende tijd te starten met 3 kleuterscholen in andere wijken in Foumban.
Een nagekomen gift van € 235,- hebben wij overhandigd. Waarschijnlijk gaat men hiervan educatieve schilderingen op de muren in de nieuwe klaslokalen maken.

Reizen in Kameroen.
Hedwig en Eric hebben samen met Jaap en Krista van Slageren een reis van Ndjamena naar Foumban gemaakt, een tocht van 1400km (zie kaart van Kameroen). Op het vliegveld van Ndjamena (Tsjaad) wachtte een predikant ons op, die ons naar een gastenverblijf bracht. De volgende morgen gingen we de grens met Kameroen over naar Kousséri. Door de assistentie van een ouderling, tevens politieagent, verliep de controle secuur maar soepel. Er zijn daarentegen ervaringen van 6 uur wachten. De plaatselijk kerk verwachtte ons en Jaap had zich in de vroege ochtend voorbereid op een preek. Een 200 mensen zaten waarschijnlijk al enige tijd in de kerk. Zang door koren met trommels, het enthousiasme straalde er af…Er werd een oproep gedaan aan de vrouwen om te helpen met de verhuizing van de dominee. Deze was net aangekomen, maar de spullen stonden nog in een loods; of die vanmiddag naar z’n woning konden worden gebracht…
Diezelfde middag heeft de predikant ons naar het Wazapark gebracht. Een wildpark in een droog klimaat, lage begroeiing. Krista en Hedwig mochten voor gereduceerd tarief naar binnen, omdat ze in Kameroen geboren zijn. In de vroege ochtend, nog aangename temperatuur, met een gids in een Toyota met een open laadbak het park in. Giraffen, diverse elanden en vogels en als verrassing een koppel leeuwen. De olifanten lieten zich niet zien.

Na de middag wilden we naar Maroua. Het lukte niet om een auto organiseren. ‘We moesten maar naar de kant van de weg. En daar op een auto wachten.’ De eerste 3 kwartier kwamen alleen maar jongens op een fiets of brommer langs, een enkele auto of vrachtauto in tegengestelde richting. Een jongen deed ons de suggestie 200m verder te gaan. Daar was – net voorbij de bocht – een tolpunt, waar het verkeer moest stoppen. We zouden dan meer kans hebben op vervoer. De logica snapten we niet helemaal. Ze wilden onze bagage daar wel heen brengen op fiets en brommer. Er was in ieder geval meer te beleven. Wanneer een auto stopte voor de slagboom, reikten verkopers – meestal jongeren – allerlei etenswaar en drinken aan. Men riep om het hardst. Chauffeurs van vrachtwagens behielden vanaf hun hoge zitplaats gemakkelijk het overzicht welke waar ze wilden kopen. Een jongen verkocht honing. Jaap – ook imker – raakte meteen met hem aan de praat. Hij had geen korven, maar haalde de honing gewoon uit de bomen in het Wazapark. Of hij niet bang was voor wilde dieren. ‘Ach, dat was het risico….’

Na een uur wachten bij de tol kwam er een auto uit Tsjaad. De chauffeur was alleen. Of we meekonden. Was in orde. Kosten? ‘Nee, ik moet er toch heen.’ Hij bleek politie-chef te zijn en ging via Kameroen naar zijn post in Tsjaad. Een goede reis met onderhoudende gesprekken. Hij heeft ons in Maroua bij de Katholieke missie afgezet.
In Maroua hebben wij o.a. een leerlooierij bezocht. Daar wordt op een traditionele manier leer gemaakt van huiden die volgens een bepaald procedé gereinigd en bewerkt worden. De werkzaamheden vinden in de open lucht plaats. Desondanks was er een enorme stank en waren de werkomstandigheden zwaar.
De volgende dagen zijn we met openbaar vervoer via Garoua, Ngaoundéré, Tibati naar Foumban gegaan. Het gezelschap waar Ria zich in bevond, was een uur eerder aangekomen. Een boeiende reis, met taxibusjes, toeringcar, brommertaxis, gelukkig allemaal goed verlopen. Een enkele keer pech van korte duur. Dat was ook wel even lekker om de benen te strekken. Na 6 dagen kwamen we in Foumban aan. We hebben bij Tineke en Amadou Louh gelogeerd, samen met nog een aantal Nederlandse gasten die ook voor het jubileum naar Foumban waren gekomen. Amadou was in 2006 in Bergen op Zoom en heeft nog een toespraak in de Ontmoetingskerk gehouden.

Foumban
Foumban is een stad van ongeveer 100.000 inwoners en is hoofdstad van het Département du Noun-Nord. Dit departement ligt in de Ouest-provincie en heeft een aangenaam klimaat vanwege de hoogte ten opzichte van de zeespiegel. Gemiddeld schommelt de temperatuur rond de 28 en 30 graden.
Samen met het Departement du Noun-Sud is het een van de meest vruchtbare streken van het land. Voedsel wordt er in ruime mate verbouwd, diverse groenten en maïs. Verder is er een prachtige natuur, kolossale bomen, zoals de baobab (rechts op de foto), enkele bergen met een schitterend kratermeer, een uitdaging voor een prachtige wandeling.
Tijdens deze wandeling hebben we een troep bavianen gezien, die gepaste afstand met ons onderhielden. We hadden een prachtig uitzicht over de omgeving.
De stad Foumban kent een rijke historie van een aantal eeuwen. De geschiedenis van de dynastie Bamoun, het vorstenhuis dat over het Bamoungebied heerste, is te zien in het museum van het paleis. Het paleis is ontworpen door Njoya, de grootvader van de huidige sultan en is 20 jaar geleden gerestaureerd als Unesco-erfgoed.
We zijn een week in Foumban gebleven en hebben veel oude vrienden en bekenden weer ontmoet. Het was een hartelijk en hartverwarmend weerzien. De ontvangst in het ziekenhuis, waar we aan verbonden waren, was allerhartelijkst. Ongeveer de helft van het personeel dat er nu werkte, kenden we nog. Men vond het prachtig om ook Hedwig te ontmoeten; ze was nog kleuter toen we vertrokken, het was voor het eerst dat ze weer terug was. Van Rebecca, die bij haar geboorte aanwezig was, kreeg ze een houtsnijwerk, een afbeelding van een Afrikaanse vrouw met een baby in haar armen.
Een paar buitenklinieken van het ziekenhuis hebben we bezocht. Daar was verschil in activiteit. In Manki met een inmiddels prachtige nieuwbouw was een groot aantal vrouwen en kinderen voor controle en vaccinaties. In een ander centrum was duidelijk minder activiteit. De gezondheidszorg is in 1994 geliberaliseerd. Het schijnt betrekkelijk eenvoudig te zijn om een centrum te beginnen. Verpleegkundigen zetten een bord in hun tuin met daarop hun specialisaties in de gezondheidszorg. De concurrentie is fors. De vraag is of de bevolking daarmee gediend is.

Kribi.
De laatste dagen van ons verblijf waren we in Kribi, aan de Atlantische kust, in het zuiden van Kameroen. Heerlijk nagenieten van alle indrukken van de reis, en van de zee en omgeving van Kribi. Het gastenverblijf van de Katholieke missie lag op een 100m van het strand. We hoorden het ruisen van de zee.

Van welke kant bekijk je het?
Op het strand zag je vele krabbetjes. Ze kwamen uit de gangen naar boven. Als het water er aan kwam schoten ze weer naar binnen. Als je naar dat schouwspel keek, leek het alsof ze dwars liepen, als oude Amerikaanse auto’s die met versleten schokbrekers de bocht namen. Boeiend om er een tijd naar te kijken; ook hoe ze ruzie konden maken, de een de ander verjoeg. Of onaangenaam verrast werd als er al een krab in het gangetje zat….
Jongens met koopwaar kwamen langs, wilden die graag laten zien. Ze waren niet opdringerig. Emmanuel in een groen trainingsjasje, korte broek, had een aantal zelfgemaakt ansichtkaarten bij zich, met vissersbootje erop, met een ondergaande zon. Heel leuk van allerlei gedroogde bladeren. Hedwig zocht er een paar uit, hij legde ze voor haar neer op het strand. Met aandacht bekeken we ze. Een wat grotere golf verraste ons en zorgde voor natte ansichtkaarten.’Verdarrie’, was onze eerste reactie. Emmanuel zag het van een andere kant. ‘Dat is een zegen, dat water, die kaarten drogen wel.’ We kochten er een paar en Emmanuel slofte op z’n gemak door het mulle zand weer verder, op zoek naar nieuwe klanten. Op z’n groene trainingsjas het logo van een bekende bank…
Eric van der Geer.