23 Mei 2004
De reis door Kameroen (dag 11 t/m 15)
Dag 11, maandag 10 mei
Vanochtend bezoeken
we de school van de familie Louh. Op hun eigen terrein hebben ze een schooltje
gesticht met meerdere lokalen voor 6 tot 20 leerlingen en er zijn plannen om
de school uit te breiden met nog 6 klaslokalen. Tineke, van opleiding verpleegster,
vertelde dat het allemaal is begonnen met het geven van kleuteronderwijs aan
haar eigen dochter. De school heeft voor Kameroenese begrippen goede meubels
en prima materiaal. Leerplicht bestaat niet in Kameroen!
De lunch gebruiken we bij de pasteur-président, die bij die gelegenheid
ook werkelijk de één miljoen franken krijgt overhandigd, waarover
zaterdag al is gesproken. Hij vraagt naar de mogelijkheid van een partnerschap
met een gemeente in Nederland en we beloven het verzoek over te brengen (bij
deze!).
's Middags bezoeken we nog een kratermeer ten zuiden van Foumban (een trap van
334 treden omhoog!) en bij thuiskomst is er zowaar water en nemen we snel allemaal
een frisse douche. Daarna volgt het afscheidsdiner bij de familie Louh, gelardeerd
met speeches en cadeautjes. Om 22.30 uur valt zowat iedereen van vermoeidheid
en slaap van zijn stoel, zodat we niet weten of het die nacht ook weer geregend
en geonweerd heeft.

Dag 12, dinsdag 11 mei
Natuurlijk moeten er nog veel dingetjes geregeld worden, zodat vroeg opstaan
niet leidt tot vroeg wegrijden (11.15 uur) uit Foumban. De hele reis gaat over
verharde wegen, waarop gecontroleerd wordt door de politie en regelmatig tol
(± 90 cent) moet worden betaald. In Bangwa bezoeken we een collega-dokter,
bij welke gelegenheid we een kopje koffie krijgen. Dan weer verder naar Yaoundé,
de hoofdstad. Onderweg eten we wat pinda's en bananen, langs de weg gekocht.
In de hoofstad bezoeken we kort dominee Haafkens, die daar doceert aan de universiteit,
en zijn Kameroenese vrouw, om ons, na enig zoeken in de inmiddels donkere stad,
te melden bij de mission catholique, waar we slaapgelegenheid hebben geboekt.
Dan hebben we nog niet gegeten, wat rond tien uur bij het derde restaurantje
lukt.
Dag 13, woensdag 12 mei
Na het ontbijt,
stokbrood met jam en koffie, bezoeken we nog even de prachtige kathedraal van
Yaoundé. Daarna zoeken we drie kwartier naar de juiste uitvalweg. Verkeers-
en richtingborden zijn zeldzaam in dit land. Onderweg naar Edea krijgen we een
bekeuring voor het niet dragen van de gordels. Op dat moment is het klokslag
12 uur, en volgens de ambtenaar moeten we 35 km terug om daar de boete te betalen
alvorens Eric zijn rijbewijs terug kan krijgen. De laatste weet echter dat alle
kantoren tussen de middag tot drie uur gesloten zijn. Als het argument van een
kerkelijke delegatie niet werkt, wordt zachtjes 2.000 franken (3 euro)genoemd.
Na enig aarzelen wordt het bod aangenomen, het rijbewijs terugggeven en de bekeuring
verscheurd.
In Edea bezoeken we het instituut Ta Neal, waarvoor we in onze kerk bij de voorbeeldprojecten
al eens gecollecteerd hebben. Ons bezoek komt echter slecht uit (woensdagmiddag!),
waarop we afspreken vrijdag terug te komen, maar een maaltijd moet de directeur
ons toch beslist aanbieden!
Dan verder naar Kribi, gelegen in het zuiden van Kameroen, aan de Atlantische
Oceaan. Onderweg worden we nog bijna verrast door een voor ons rijdende vrachtauto,
die we willen inhalen als hij plotseling linksaf slaat en door een boer, die
met een ± 8 m lamge bamboestok op zijn schouder juist het oerwoud uitkomt,
maar niet in de gaten heeft dat zijn bamboe al boven de weg hangt.
Net als in Yaoundé zijn we in Kribi de enige gasten van de mission catholique;
zodoende krijgen we alle aandacht bij de maaltijden.
's Avonds evalueren we de bijna afgelopen reis: het was goed, we hebben veel
geleerd en gezien, maar over hoe Kameroen in zijn ontwikkeling geholpen kan
worden zijn we het niet eens geworden.
Dag 14, donderdag 13 mei.
In een smalle kano hebben we ons een half uur over de rivier laten roeien, waarna
nog een wandeling door het oerwoud volgde tot aan een nederzetting van de pygmeeën.
Hun dorpje en hun optreden (een tweetal dansjes) was net niet echt, maar goed,
als je alles van te voren weet ...
's Middags op aandringen vanuit Nederland toch nog een vreselijk heet internetlokaal
gevonden om voor de tweede keer (meer mogelijkheden waren er niet) naar het
thuisfront te mailen.
Vervolgens hebben we zowaar vrij om lekker in de oceaan te spartelen. Tijdens
het laten opdrogen zitten we gevijven op een oude omgekeerde kano met een flink
gat in de voorsteven, tot we plotseling door de rotte bodem zakken. Nog wat
lacherig lopen we even later terug naar onze verblijfplaats, maar bij het verlaten
van het strand blijkt dat 'men' gezien heeft wat er is gebeurd. Er wordt gefluisterd
over geld voor een arme, gehandicapte eigenaar, er wordt met deze en gene onderhandeld
en tenslotte zou de boot toebehoren aan een weduwe. Zij zal zich morgen melden
voor, waarschijnlijk, een financiële genoegdoening.

Dag 15, vrijdag 14 mei
Het is de afgelopen nacht
weer erg drukkend geweest, zodat zweten onontkoombaar was.
Om half acht meldt de weduwe zich. De boot was niets waard, maar je moet je
als blanke (en dus een rijkaard) niet laten kennen.Voor CFA 40.000 worden we
het eens over de schade.
De koffers worden weer in het autootje gestouwd en op weg naar Douala, waar
het vliegveld is, komen we langs Edea, alwaar we op het insituut Ta Neal verwacht
worden. Hier komen jongens en meisjes vanaf ± 16 jaar vrijwillig naar
school om gedurende twee of drie jaar te leren naaien of borduren, danwel zich
te bekwamen in het onderhoud van auto's. We bezoeken het hele complex en het
ziet er, zelfs voor Nederlandse begrippen, goed uit. Het probleem is, zoals
bij alle scholen, om de ouderbijdragen binnen te krijgen. We maken van de geleenheid
gebruik om te vragen of ze even wat gaatjes in de uitlaat kunnen repareren,
en het bezoek eindigt natuurlijk met drinken en eten bij de directeur. Aan de
maaltijd doen ook twee Nederlandse meisjes mee, die op het instituut meelopen
alvorens in Nederland (verder) te gaan studeren.
Om half vier parkeren we de auto in het centrum van Douala, maken zo ongeveer
onze laatste Kameroenese franken op en melden ons even later op het vliegveld,
alwaar de eigenaar van de auto al op ons staat te wachten.
Het vliegtuig vertrekt een uur te laat (zouden ze ook met vliegtuigen wachten
tot het (Air)busje vol is?), als gevolg waarvan we de TGV-aansluiting in Parijs
voor onze neus zien wegrijden.
Afijn, reizen is wachten en drie uur later begint toch echt de laatste etappe
naar Brussel, vandaar naar Roosendaal en ten slotte naar Bergen op Zoom. Het
is dan zaterdagmiddag, 14.30 uur. Thuis!
Jan Voorsluijs
