16 Oktober 2002
Verslag van Jochen Vermeulen, vanuit Cebu City, in de Filippijnen
Het was middernacht in Nederland toen ik samen met mijn vriend
Remco voet aan land zette op het vliegveld van Singapore. We hadden een rustige
vlucht gehad, en Singapore Airlines is een goede maatschappij. Iedereen heeft
een privécomputertje waarmee je spelletjes kan doen, films kan bekijken
en gewoon muziek luisteren. Het eten is lekker en wordt niet zomaar op je
tafeltje gekwakt, en er wordt alles gedaan om je op je gemak te doen voelen.
Ze zijn alleen erg makkelijk met het waarschuwen voor turbulentie en dat is
dan ook vaak gebeurd, iets om gek van te worden. Ik had geprobeerd te slapen,
maar omdat het voor mijn gevoel nog lang geen nacht was, lukte dat niet erg.
En daar zou ik spijt van krijgen.
Anderhalf uur na onze landing vertrokken we weer met onze aansluiting naar
de Filippijnen, en hoewel het al weer ruim ochtend was voor de Aziaten, was
het voor ons ergens in de vroege uurtjes, nog wel van mijn moeders verjaardag.
Ik kon absoluut niet meer slapen, die tweede vlucht ging een stuk minder soepel.
Tot overmaat van ramp hadden ze ook geen lekker ontbijt in dat vliegtuig,
maar noedels met een of andere vreselijke vissoort. Onze eerste aaraking met
de merkwaardige eetgewoonten in dit land, hoewel we er nog niet eens waren.
Elke maaltijd bevat hier namelijk rijst (of noedels, gemaakt van rijst) en
daarbij een of andere vlees- of vissoort. En dat wordt vrij eentonig.
Mijn vriend en ik studeren Technische Informatica aan de TU in Delft, en die hebben een zogenaamd derdejaars practicum, een verplicht onderdeel van de studie. Dat is in feite een stagestageproject, wat door de meeste mensen in een Nederlands soepel geolied (lees: zeer saai) bedrijf gehouden wordt, in een nog veel saaiere plaats als Amstelveen of Zoetermeer, waar veel mensen echt alleen maar komen om te werken. En nog hard ook, omdat je toch niet naar buiten wilt kijken. Ik wilde wat anders. En dat zou ik krijgen ook, nog wel metteen na de landing. Toen wij het vliegveld van Cebu verlieten, werden wij metteen ontvangen door de tropische vochtige hitte die hier heerst. Diegenen die al eens in de tropen zijn geweest zullen weten wat voor schok het geeft om een ge-airconditionde ruimte te verlaten en om op het heetste moment van de dag tussen een chaotische verzameling mensen terecht te komen die je allemaal willen overtuigen dat je hun hotel of taxi nodig hebt om hier te kunnen overleven. Wij werden echter opgehaald en we zagen al bordjes met onze naam erop, zowaar nog juist gespeld ook. De dag van onze aankomst, zaterdag 31 augustus, werden we gelijk al rondgeleid door de stad en op een diner getrakteerd, moe als we eigenlijk waren.
Belangrijkste kerk in Cebu: Basilica Minore del Santo Niño |
Fort san Pedro, het meer dan 400 jaar oude spaanse fort van Cebu |
Het aardige was dat de TU Delft enkele contacten met buitenlandse
universiteiten had die ingeschakeld kunnen worden om geinteresseerde studenten
een stage (of een afstudeerproject of zo) in het buitenland te bezorgen. Er
waren er nog wel meer die net als wij wilden gaan, er zitten er twee in Tanzania
en twee in India. En wij dus in de Filippijnen. Wij waren de eerste om te
melden dat we wel wilden en wij kregen dan ook de eerste universiteit die
reageerde op de aanvraag. En volgens de geheime informatie van onze stagebegeleider
ook de leukste. Ik vroeg mij toen af of hij dat tegen elke student zegt die
ergens heen gaat, maar ik vermoed nu van niet.
Maandag was het gelijk al aantreden op de hoofdcampus van de University of
San Carlos hier in Cebu City. De eerste dagen op onze afdeling werden in beslag
genomen door de onzekerheid wat nu precies onze opdracht is. We lazen ondertussen
alles wat maar los en vast zat over het project waar we midden in terecht
gekomen zijn. We zijn achter een heleboel feiten gekomen, ook over onze eigen
universiteit in Delft, die we anders misschien nooit geweten zouden hebben.
De TU Delft helpt diverse universiteiten in de derde wereld om een computersysteem
op te zetten, en wij vormen als het ware een deel van hun steun waartoe zij
zich hebben verplicht. Wij brengen kennis mee betreft het ontwerpen van informaticasystemen
die hier veel minder diepgaand bestaat, en dat is toch leuker dan een stage
in een Nederlands bedrijf waar je weet dat iedereen het beter kan dan jij.
Wat betreft het echte bouwen van een systeem zijn ze hier echt onze meesters,
en hebben ze veel meer ervaring dan wij derdejaars studenten. Ik hoop niet
dat we dat nog moeten gaan doen, zover zijn we nu in ieder geval nog niet
De Filipino’s blijken een leuk volk met een eigen identiteit. De Filippijnen zijn bezet geweest door achtereenvolgens de Spanjaarden en de Amerikanen. Sommige Filipino’s zeggen dat ze door al deze invloeden en die uit de omgeving geen eigen identiteit meer hebben. Op mij komt het over alsof al deze invloeden samen een uniek mengsel hebben geproduceerd wat nergens anders op de wereld bestaat, en wat ik voor geen goud had willen missen.
Kawasan falls, 120 kilometer van cebu city |
Aan de Spaanse overheersing hebben de Filippijnen, behalve de herinnering
aan veel onderdrukking, overgehouden dat ze hartelijk, spontaan en gastvrij
zijn als de Zuid-Europeanen, wat onder andere ook teruggevonden kan worden
in hun voormalige Latijns-Amerikaanse kolonies. Verder is er een overdreven
en conservatieve vorm van christendom (katholicisme) achtergebleven die honderden
jaren stilgestaan lijkt te hebben en alleen in intensiteit heeft toegenomen.
Er zijn mensen hier die zich met pasen echt laten kruisigen om zich te kunnen
vereenzelvingen met het lijden van Jezus, maar dit komt slechts in bepaalde
gebieden voor, en niet hier in Cebu. Toch is religie hier overal iets wat
zeer verweven is met de maatschappij, en wat daar een behoorlijk dwingende
stempel op drukt. Een ander Spaans (of eerder latino) trekje is het onvermogen
om het begrip tijd te begrijpen. Als wij ergens op tijd mee zijn is dat zeer
verbazend en indrukwekkend, en omgekeerd is het wachten soms irriterend, hoewel
het wel makkelijk went.
De amerikanen als ex-gekoloniseerden houden er absoluut niet van dat zij zelf
kolonisatoren worden genoemd, maar de Filippijnen zijn toch echt een kolonie
geweest van de Verenigde Staten, na diens oorlog met de Spanjaarden iets meer
dan honderd jaar geleden. Hieraan hebben de Filipino’s, behalve ook
weer veel onderdrukking, hun grote kennis van de Engelse taal overgehouden,
en die maakt het voor ons in ieder geval een stuk makkelijker. Elk eiland
spreekt hier een ander dialekt, en ze zijn geen van allen te begrijpen of
te verstaan. Verder hebben de Amerikanen de invoering van de Jeepney (omgebouwde
amerikaanse legerjeeps) als openbaar vervoersmiddel mogelijk gemaakt. Ze rijden
vaste routes door de stad, die om onbegrijpelijke redenen altijd anders zijn
dan je verwacht, maar wel overal komen. Ze kunnen, en worden, overal aangehouden,
en zitten vaak veel te vol, hoewel er toch zoveel van zijn. En ze kosten vier
pesos (acht eurocent) per rit, al was het door de hele stad. Lang lopen doet
dan ook niemand hier. Er zijn geen bussen anders dan voor lange afstanden.
Verder hebben de Filippino’s ook iets typisch Aziatisch, in de zin dat
het een volk is van status en hiërarchie. Ze doen alles om gezichtsverlies
te voorkomen en ze zijn heel bang dat bijvoorbeeld aangeboden gastvrijheid
niet goed genoeg is. Verder gaan ze, hoewel ze over het algemeen heel vrolijk
zijn en veel humor hebben, vrij serieus om met hun superieuren.
Ondertussen zijn we hier al zes weken, en gaat de stage voorspoedig,
ondanks de langzame start. En we doen ook veel sight-seeing in en rond Cebu.
Ik heb het naar mijn zin en ik ben blij dat deze mogelijkheid bij de TU Delft
bestaat. Een volledigere beschrijving van wat er allemaal gebeurt neemt nogal
wat plek in, en daarvoor verwijs ik naar onze website, die wij speciaal voor
deze stage hebben opgezet:
members.chello.nl/~r.vanarkel1/stage
De website wordt in beginsel elke week vernieuwd zolang onze stage duurt,
men kan mij eventueel bereiken via mijn vader.
Over twee weken is ons project ten einde (in ieder geval ons aandeel daarin) en we gaan daarna nog vier weken door dit land rondtrekken, om de andere eilanden te leren kennen. En dan is het weer terug naar Nederland, op 30 november hopen wij aan te komen in Zaventem (Brussel). Ik kan mij helemaal geen voorstelling maken van het weer in Nederland, en ik wacht met angst op het moment dat ik de West-Europese winter tegen mijn gezicht zal voelen, nog geen 15 uur verwijderd van de Filippijnse hitte. Het is hier gewoon altijd heet, dus praten over het weer gebeurt hier niet, hoewel het in Nederland onderwerp nummer één is. Het favoriete onderwerp schijnt hier gezin en familie te zijn. Na religie is dat misschien ook wel de meest bepalende factor van het leven hier. In navolging van die filosofie (en natuurlijk ook mijn voorliefde voor chocolade) heb ik er dan ook voor gezorgd net voor Sinterklaas thuis te zijn. Hier zijn de winkelcentra al meer dan een maand met kerstbomen (nep natuurlijk, de echte groeien hier niet) en andere kerstprullaria versierd, dus voor ons is Sinterklaas een klein intermezzo in een drie-en-een-halve maand durende kerstsfeer. Misschien zal het wel raar zijn om mijn vader in de ontmoetingskerk in een stadje hier 12.000 kilometer vandaan aan het eind van december zijn laatste kerstpreek van dit jaar te horen houden. Maar voor mijn gevoel duurt dat nog heel lang…
Dit was mijn verslag,
u kunt altijd een reactie doen via de e-mail:



