Laatste Avondmaal, voorspel naar de Passietijd.

‘Het (laatste) Avondmaal’ (Eucharistia) van Leonardo Da Vinci, geschilderd tussen 1495 – 1498...
Er zijn diverse olieverfschilderijen van deze wereldberoemde voorstelling, maar het door Da Vinci geschilderde origineel is een tempera - fresco (muurschildering in versterkte waterverf op een droge kalklaag). Het bevindt zich in de eetzaal van de dominicanen in de Santa Maria delle Grazie in Milaan De ernstige beschadigingen toegebracht door de tand des tijds aan het broze materiaal, zijn weliswaar vakkundig gerestaureerd, maar het resultaat haalt het niet bij de oorspronkelijke glorie. Niettemin bezit het werk nog voldoende luister om een diepe indruk achter te laten op de eerbiedige beschouwer.
Aangezien ik ‘Het Avondmaal’ nooit in werkelijkheid gezien heb, en het dus alleen kon bestuderen voor zover de afbeeldingen waarop ik was aangewezen dat toelieten, is de nu volgende visie behalve subjectief ook relatief. Maar getroffen door de grootsheid van dit werk wil ik toch een poging wagen:

Christus zit voor een deuropening in het midden van een zaal aan tafel met zijn discipelen. Zijn woorden: Één uwer zal mij verraden…’ hebben een heftige beroering teweeggebracht. De jonge discipel rechts naast de Heer (Johannes), wordt aangeklampt door een agressieve oudere, die een snijdende beweging over zijn hals schijnt te maken. De donkere man vóór Johannes is Judas, gereed om met de linkerhand een stuk brood te nemen en het in de sausschotel te dopen. Jezus’ rechterhand lijkt reeds geopend om hetzelfde te doen. Dit is dus duidelijk herkenbaar als het Evangelisch voorteken van het verraad van Judas. Achter Judas is een hand zichtbaar, die bij geen van de daar geplaatste figuren lijkt te horen. Deze geheimzinnige hand omvat een soort dolk (allegorie voor het verraad of het Kwaad?).
Aan tafel golft het dispuut: ‘Wie is het?’(de verrader), waarbij de jongste discipelen goed te onderscheiden zijn van de anderen door hun baardloze gezichten onder een langere haardracht. De twaalf discipelen zijn symmetrisch zes bij zes aan weerszijden van de Heer opgesteld. Naar mijn mening heeft Leonardo de discipel Johannes treffend neergezet als de Benjamin van het gezelschap. Om de onschuldige zachtaardigheid weer te geven gaf de kunstenaar hem dat vrouwelijke uiterlijk. Indien, zoals wel door bepaalde kunstkenners en fictieschrijvers is beweerd, de figuur rechts naast de Heer, een vrouw zou zijn, betekent dat dus dat Da Vinci een van de bekende twaalf zou hebben weggelaten, een verkrachting van het Evangelisch Verhaal, hetgeen hem een storm van Moederkerks protest, zoniet excommunicatie zou hebben opgeleverd.
Een prachtige wandschildering, niet voor niets wereldberoemd, hoewel er van het historisch decor natuurlijk niets klopt., zoals dat tijdens de Renaissance gangbaar was; men schilderde naar de toen heersende mode en levensomstandigheden. De op schragen rustende eettafel is zó klein dat de onlogisch aan de schouwzijde gezeten discipelen er totaal geen armslag gehad zouden hebben om te kunnen eten. Bovendien lag men in de tijd van het Evangelie in Palestina ‘aan’ bij de maaltijd, twee aan twee met de gezichten naar elkaar toe en was het, vanwege de vertrouwelijkheid, ook zo belangrijk wie er bij de gastheer lag. In het Evangelie wordt Johannes niet voor niets vermeld als de discipel ‘die lag aan de boezem van de Heer’( een boezemvriend dus).
De discipelen gesticuleren als Italianen. Iets geheel nieuws in de schilderkunst: het gebarenspel. De kleding is weelderig Florentijns of Venetiaans en dat kan ook van de hoge zaal, met zijn vele wanddecoraties, gezegd worden. De open ramen tenslotte, kijken uit op een zeer Italiaans aandoend landschap onder een mediterrane lucht. Maar wat de compositie uit moet beelden komt meesterlijk dramatisch naar voren: de schok van het aangekondigde verraad, het onheil, de nadering van het einde, het begin van het lijden…
Zij weerspiegelt zich op het gelaat en de gebaren van de leerlingen. Let op de figuur links naast Christus, die ik voor Petrus houd: Met zijn hand bijna op de schouder van de Heer, schijnt hij met alle overreding te (willen) zeggen: ‘Meester – hoe komt u daar nou bij?’ Een dramatisch contrast tussen de opgewonden discipelen en Christus, die met afgewend hoofd gelaten zijn lot afwacht.
Het Laatste Avondmaal – het Kwaad is in de groep geslopen, het zit als het ware met hen aan tafel. De opening naar het drama, het begin van de lijdensgeschiedenis die wij gedenken als veertig dagen - of passietijd. Een tijd om het beeld van Da Vinci ’s meesterwerk op ons te laten inwerken, een tijd van bezinning, zo prachtig weergegeven in een ander meesterwerk: Bachs Johannes Passion. Hier vertelt Johannes zijn verhaal… Het lijden, het Kwaad, verhoogt door zijn contrastwerking de schoonheid, die zich na het lijden openbaart.

Joop den Otter,

3 maart 2009, Bergen op Zoom.