Het geluid van de Bazuin

“…..Indien de bazuin een onduidelijk geluid geeft, wie zal zich gereed maken tot de strijd?” (1 Corinthiërs 14: 8/9).
Christen te zijn in dit tijdsgewricht, betekent ook voor ons aanpassing. Vanuit onze christelijke beleving behoren wij op de hoogte te blijven van de golfslag van de maatschappelijke getijden. Zo niet, dan krijgen we een achtergebleven of vertekend beeld van de samenleving en plaatsen we ons erbuiten. Bij de aanpassing dienen we ook te strijden voor het behoud van ons christen-zijn, te vechten tegen onszelf (onze soms antichristelijke natuur) en vanuit het oogpunt van de christelijke ethiek, te streven naar een schone maatschappij. Christendom is niet alleen een bepaalde religie, maar ook een zorgvuldig gekozen manier van leven en, in hoge mate, een reine cultuur. Het geloof geeft ons de kracht om tegen onze kwade eigenschappen te strijden, het als christen vol te houden en tegenslag het hoofd te bieden.
“Gij hebt nog niet ten bloede toe gestreden in uw strijd tegen de zonde…..” zegt Hebreeën 12. In hedendaagse spreektaal betekent dat: Je hebt je nog niet met man en macht verzet tegen je verkeerde eigenschappen. Dezelfde Bijbelpassage zegt ook dat we daardoor de goddelijk scheppende kracht niet ten volle zullen ervaren. Zonde – een beladen en in onmin geraakt woord, terwijl Christus het in de Evangeliën telkens gebruikt en er onomwonden voor waarschuwt. Bijvoorbeeld in Joh. 8 : 11 zegt Hij tot de vrouw die hij heeft gered van het hypocriete volkdsgericht: “Ga heen (in vrede) en zondig niet meer!”
“Strijd is de vader aller dingen,” zegt een Grieks filosoof en ‘onze eigen’ Spinoza stelt: “Alles wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam”.
Zeker in deze tijd van secularisatie, vereist geloven in God, christen-zijn, de strijd van zelfdiscipline en zelfverloochening. De wilskracht om ‘nee’ tegen bepaalde dingen te zeggen. Vanuit de christelijke ethiek weloverwogen ‘nee’ te kunnen en te willen zeggen, getuigt zeker niet van kortzichtigheid of van de weg van de minste weerstand.
In onze kerkelijke kringen is de christenstrijder onder het devies “Onward Christian Soldiers”, vrijwel onbekend en wordt er over strijd en zonde niet of nauwelijks meer gespraat. Het militante christendom, de geestelijke strijd voor het behoud en de uitdraging van onze beginselen, is ons vreemd geworden. Pluriformiteit en liberale ruimdenkendheid zijn opgekomen. Zeker heeft dit zijn pluspunten, maar de kracht van de overtuiging dreigt door deze vrijheid teloor te gaan. De kracht van het principe – een duidelijk signaal. De tijd van ‘het mag niet van de kerk’ en de predikant met de rotsvaste overtuiging, die je bijna deed geloven dat hij regelmatig bij God zelf op visite ging, is definitief ‘passé’. Dat is maar goed ook, zullen velen zeggen. Toch denken sommigen onder ons met een zekere nostalgie terug aan de vroegere ‘kanseldoctrines’, die weliswaar een orthodox-autoritaire teneur bezaten, maar helder en rechtlijnig waren. Men wist wat er beleden werd; men wist waar men voor stond. Door de grote vrijheid en verscheidenheid in geloofsopvatting is er thans een navenant omvangrijke menigte van zoekers ontstaan, die zijn weg tracht te vinden zonder duidelijke richtsnoeren, vaak ook zonder het houvast van een spirituele opdracht of boodschap, wachtend op een heldere bazuin, het strijdsignaal….
Joop den Otter.

Augustus 2007