18 September

Toespraak Burgemeester van der Velde, tijdens Interreligieuze Gebedsdienst.

Zaterdagavond 18 september organiseerde de Raad van Kerken Bergen op Zoom in samenwerking met de Ulu-moskee en de werkgroep Conciliair Proces een interreligieuze gebedsdienst in het kader van de Vredesweek 2004.
Het thema was “Vrede gewoon doen”, waarbij de nadruk lag op het werken aan een vreedzaam samenleven tussen mensen van verschillende godsdienstige en culturele achtergronden in Bergen op Zoom.
De gebedsdienst vond plaats in de Gertrudiskerk aan de Grote Markt, de voorgangers kwamen uit kerk en moskee.

Tijdens deze dienst was ook Burgemeester van der Velde aanwezig.

Hieronder de toespraak die hij hield:

----------------------------------------------------------------------

Dames en heren,

“Vrede gewoon doen” is in mijn ogen een goed thema.
Kort en krachtig in slechts drie woorden. Toch kun je dit thema op verschillende manieren uitleggen. Bijvoorbeeld:
Vrede is iets dat je gewoon moet doen. Daar ben ik het mee eens. Het is een standpunt dat ik ook intern binnen het gemeentelijk apparaat uitdraag: beleid is nodig maar beleid krijgt pas betekenis als je het ook gewoon gaat uitvoeren. Wij hebben niets aan mooie woorden over een multiculturele samenleving. Wij moeten ook gewoon bereid zijn om de handen uit de mouwen te steken. Om de daad bij het woord te voegen. Om gewoon in direct contact te treden met de mensen om wie het gaat. Om de verbinding te maken tussen de eigen leefwereld en die van de ander. En mijn ervaring is dat het resultaat dan altijd meevalt.

Daarmee kom ik een beetje op een tweede gedachte die het thema bij mij oproept:
Vrede is ook een kwestie van “gewoon doen”. Als zodanig is dat een heel Nederlands geluid: “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” In het algemeen staat dit uitgangspunt niet meer zo hoog in aanzien. Het is een beetje familie van: “Je mag je kop niet boven het maaiveld uitsteken”. En inderdaad vind ik in het algemeen, dat dit tegenwoordig best mag.

We konden het zien tijdens de Olympische Spelen in Athene: we vinden het tegenwoordig heel normaal als een Anky van Grunsven, of een Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn of Leontien van Moorsel, apetrots zijn op hun geleverde prestaties. Deze mensen worden uitbundig gehuldigd en terecht. En iedereen gunt het hen als ze verklaren nu eerst een tijdje te gaan genieten van het succes. In die zin hoeven wij in Nederland dus niet meer als vanzelfsprekend “gewoon te doen.”

Echter. Wanneer ik terugkijk naar de gebeurtenissen sinds die beruchte 11 september in Amerika, en sinds de moord op Pim Fortuijn in Nederland, en sinds Madrid en Jakarta, dan bekruipt mij een ander gevoel. Ik kan mij de laatste tijd niet aan de indruk onttrekken dat er in Nederland nogal een spanning is gekomen op de discussie over de multiculturele samenleving. Politici raken snel aangebrand, sommigen specialiseren zich in het provoceren of zelfs kwetsen van bevolkingsgroepen. Anderen verklaren zich expliciet voorstander van “rechtse politiek” maar wat ze daar nu precies mee bedoelen wordt dan weer niet zo helder. En daarmee ontstaat al snel de verdenking dat deze mensen roeren in een troebel vaatje…

Kennelijk moeten we iets met “De Islam”, zoals het dan heet. Als het gaat over deze discussie, dus over de multiculturele samenleving, dan krijg ikzelf juist weer een gevoel van: doe hier nu maar wel gewoon over. Gewoon is al gek genoeg. Of liever gezegd: ook zonder dat we elkaar “demoniseren” (of in gewoon Nederlands, in de gordijnen jagen), is de discussie al ingewikkeld genoeg. Er is op dat vlak geen enkele behoefte aan polarisatie.

Binnenkort zal ik vertrekken uit deze stad, die mijn geboortestad is, om burgemeester te worden in Breda. Dat schept voor mij een natuurlijke gelegenheid om terug te kijken op mijn functioneren hier in Bergen op Zoom gedurende de afgelopen vier jaar. En als ik dat doe dan valt mij een aantal dingen op.

Ten eerste:
Nederland heeft een probleem. Dat is glashelder en dat is dus ook in Bergen op Zoom te merken. Dit probleem is voor een groot deel economisch bepaald. Het heet dan “recessie”, hoewel deze feitelijk nogal meevalt. Maar het is wel zo dat wij in toenemende mate te maken krijgen met een wereldwijde concurrentie. En in die concurrentie blijkt dan dat onze lonen te hoog zijn. Of dat we teveel mensen uit het arbeidsproces hebben gestoten.

Als burgemeester krijg ik te maken met de gevolgen van deze processen. En dan valt op dat in Bergen op Zoom relatief veel mensen wonen met een allochtone achtergrond.
En dat er ook veel mensen zonder werk zitten, teveel mensen, meer dan 10 procent van onze beroepsbevolking. Dat teveel van onze inwoners continu in een armoedesituatie verkeren; waardoor hun bestaan op de lange duur verschraalt.

Dat veel kinderen de pech hebben om op te groeien in een achterstandssituatie, en dan vaak op meer fronten tegelijk. Ze hebben niet alleen te weinig geld maar ook een slechte huisvesting. Ze zitten niet op een school die maximaal recht doet aan hun talenten. Ze hebben weinig mensen in hun omgeving die kunnen dienen als rolmodel, en aan wie ze zich kunnen optrekken. Het ontbreekt kortom veel van onze jonge mensen aan perspectief voor de toekomst.

Het is deze situatie die in mijn ogen een bedreiging vormt voor onze sociale stabiliteit. Er zijn mensen in Nederland die roepen dat wij een welvaartsstaat zijn, dat we onszelf uit de markt hebben geprijsd. Dat we onze burgers pamperen en betuttelen. En dat we lui geworden zijn, en verwend. Tegen deze mensen zou ik willen zeggen: ga eens een kijkje nemen in de gezinnen waar ik ook ben geweest als burgemeester. Laat eens goed tot je doordringen waar we over spreken als het gaat over meervoudige achterstand. Maak eens echt een afweging tussen minimabeleid en financieringstekort.

En dan ga ik gemakshalve hier maar voorbij aan het vreemdelingenbeleid, want dat is een verhaal apart. Maar ook hier maak ik dingen mee die voor een mens van vlees en bloed moeilijk te verteren zijn. De overheid laat zich dan niet meer kennen als een verlengstuk van de samenleving, maar als een harteloze bureaucraat. Een anoniem monster dat zich verschuilt achter papier en procedures.

Mijn bestuurlijke oproep zou kortom zijn om verder te kijken dan het eigen kringetje. Verder dan het eigen vakgebied of ministerie. Verder dan de Nederlandse grenzen maar ook buiten de Europese grenzen. Wat gebeurt er nu feitelijk in Afrika, of Azië? Wat is Amerika nu echt aan het doen? Wat moeten wij als Europa voor opstelling kiezen? Waar ligt ons belang op de langere termijn?
Misschien dat dit wel het probleem van Nederland is: dat we teveel verzand zijn in interne procedures, en te weinig helder standpunten innemen over zaken die er echt toe doen.

Nederland is echter niet het enige land met een probleem, en dan kom ik op het tweede punt dat ik wil aansnijden:
Ik denk dat we mogen vaststellen dat ook de wereld van de Islam zich gesteld ziet voor een groot vraagstuk. Over de oorzaken wil ik het nu niet hebben, want dat zou nogal pretentieus zijn. Maar ik heb wel een mening en die luidt kortweg dat sociale spanningen, in het algemeen niet veroorzaakt worden door religie maar door geld. Geld en macht, dat zijn altijd en overal de aanjagers van conflicten.
De Tachtigjarige Oorlog in de zestiende eeuw ging niet over protestantisme en katholicisme, maar over belasting en koloniën.
Het conflict in Noord-Ierland gaat over politieke macht en over werkgelegenheid.
Vergelijkbare zaken zijn vermoedelijk op te merken over het conflict in het Midden-Oosten.

Religie als bron van ellende, dat is eigenlijk toch ook een hele vreemde figuur. Welbeschouwd zullen de gelovigen zelf de eersten zijn om in te zien dat, als we allemaal in één Opperwezen geloven, dit in essentie dan toch ook één en hetzelfde wezen moet zijn, ongeacht welke naam we daaraan geven. Als de mens is geschapen naar het evenbeeld van God, dan zijn alle mensen toch in essentie gelijk? Dat kan toch niet anders?

Het is een open deur als ik signaleer dat er op dit moment indringend naar de Moslimgemeenschap wordt gekeken. Dat ligt voor de hand, want wat zou je anders moeten doen in het licht van de recente gijzelingsdrama’s? Het lijkt mij daarom goed als gezaghebbende partijen in de Moslimgemeenschap, ja de hele Moslimgemeenschap, zich ondubbelzinnig uitspreken tegen deze praktijken.

Want als terrorisme niet fundamenteel wordt uitgebannen, wordt het nooit wat met de wereld. Daarvan ben ik overtuigd. Terreur kan nooit een middel zijn voor welk doel dan ook.

Ik vind persoonlijk dat er meer nuances moeten komen in de wederzijdse beeldvorming. Het zijn immers de nuances die de opening bieden voor de herkenning en het onderling debat. Als ieder zichzelf opsluit in het eigen gelijk, heeft geen enkel gesprek zin.

We zien ook een merkwaardige ontwikkeling die de hele wereld lijkt aan te gaan.
Want of het nu gaat om de strijd tegen terrorisme in Amerika;
of het onderdrukken van de opstand in de Kaukasus;
of het voeren van een zogeheten “financieel solide” beleid in Den Haag;
of het welbekende “strenge maar rechtvaardige” vreemdelingenbeleid uit dezelfde koker;
overal zien we dat rechten van individuele burgers, van mensen dus, onder druk komen te staan. Hier ligt een schone taak voor geestelijke leiders van allerlei slag; zij kunnen gezaghebbende kritiek leveren op bedenkelijke ontwikkelingen.

Het is denk ik zaak dat wij de dialoog blijven zoeken, en elkaar moeten durven aanspreken over zaken die ons verontrusten of die om een oplossing vragen. Dit vraagt een open geesteshouding van beide partijen, en daarin past geen superioriteitsgedachte van welke kant dan ook. Zo min als dat discriminatie ooit aan de orde mag zijn, dat spreekt vanzelf.
Maar tegenwoordig worden in Nederland sommige mensen en groepen misschien dan niet gediscrimineerd, maar wel met de nek aangekeken… Genegeerd dus. Grote groepen burgers laat men eenvoudigweg links liggen. Dat kan niet de bedoeling zijn van een hoogontwikkelde samenleving.

Mijn conclusie is feitelijk dat ik niet denk dat er simpele oplossingen zijn voor ingewikkelde problemen. Om die reden ligt de verantwoordelijkheid voor de oplossing van die problemen, ook breed verspreid. Misschien ligt hier in Europa, in de oude wereld, wel de taak om het oosten en het westen tot elkaar te brengen. Wie zal het zeggen…

En het is merkwaardig, mogelijk zelfs naïef, maar in mijn ogen is de aanpak van wereldomspannende vraagstukken niet essentieel anders dan van zaken die hier gewoon in Bergen op Zoom spelen.
Je moet niet bij de pakken neerzitten.
Je moet het probleem delen en bespreekbaar maken.
Je moet elkaar aan durven spreken.
Mensen hulp willen bieden, maar ook hulp durven vragen aan anderen. Burgers dienen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gedrag. Net zoals wij allemaal anderen moeten durven aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid.

Op deze manier bouwen we allemaal, stapje voor stapje, aan een duurzame vrede. Gewoon door te doen, door gewoon te doen en door vol te houden. Ik ben een optimist en ik geloof dat de mensheid uiteindelijk erin zal slagen om de vrede te bereiken en te bewaren.

De vrede tussen staten over de hele wereld.
De vrede tussen bevolkingsgroepen in een stad.
De vrede met de buren in je straat.
En bovenal de vrede in jezelf.

Als wij met niet meer geloven dat het kan, wie dan wel?
Ik ben optimistisch gestemd als ik kijk naar mijn ervaringen in de Bergse gemeenschap. In het contact met Marokkanen, Turken, Afghanen, Bosniërs, Serviërs en anderen heb ik veel geleerd en ook veel teruggekregen. Het sterkt mij in de overtuiging dat een kleurrijke samenleving, mits goed ingericht, ons allemaal rijker maakt.

Het ga u allen goed. Wij zien elkaar nog wel.