Niet alle hondjes heten Fikkie.

In de bergrede doet Jezus een oproep aan zijn toehoorders om niet (zomaar) te oordelen. Het zou wel eens als een boemerang kunnen werken en op jezelf terug kunnen komen. “Met de maat waarmede gij meet, zal U zelf gemeten worden”. Het staat in Mattheus 7, maar het is ook een uitdrukking die in de rabbijnse literatuur voorkomt. Een verklarende uitdrukking hierbij is: “in de pot waarin iemand kookt, wordt hij zelf gekookt”.

De laatste weken heb ik bij een aantal gelegenheden aan deze uitdrukking moeten denken.

In de week na Pinksteren las ik in de krant een oproep aan de kerken en aan kerkelijke leidslieden. Zij (wij) zouden het negatieve beeld dat de laatste jaren is ontstaan over de islam en over moskeeën moeten en kunnen bijstellen. Immers, niet alle hondjes heten Fikkie. Deze oproep was deels uit rechtvaardigheid gevoelens, maar deels ook uit eigenbelang. De grondrechten van Moskeeën zijn in principe dezelfde als die van de kerken. Laat je toe dat ze voor de ene groep worden aangetast, dan heeft dat ook z’n effect voor de andere groep. Met de maat waarmee je meet zal je zelf gemeten worden.

In het weekend van 6 juni verraste ex minister Dijkstal vriend en vijand met zijn oproep om het stigmatiseren van grote groepen in de samenleving te stoppen. Niet alle hondjes heten immers Fikkie. Door stigmatiseren bevorder je niet de integratie van mensen in de Nederlandse samenleving. De geschiedenis leert dat dit juist eerder tot ontwrichting leidt. In de dagen hierna was er veel over deze uitspraken te doen maar ze stemmen hoe dan ook tot nadenken.

In datzelfde weekend waren er hele vervelende incidenten in Bergen op Zoom rondom de bibliotheek aan het zonneplein: (vooral Marokkaanse) jongeren die zich misdroegen. Terecht leverde dit heel veel ergernis op bij de omwonenden / slachtoffers hiervan. Deze ergernis betreft dan die jongeren, maar in sommige commentaren strekte deze ergernis zich uit tot de voltallige groep islamieten in onze stad. Heten alle hondjes dan toch Fikkie?

Ook in datzelfde weekend was er de jaarlijkse Jazz-dienst. Tijdens deze dienst werd er, zoals gebruikelijk, gecollecteerd voor een goed doel. Deze keer niet het ondersteunen van de opvang van daklozen, de instandhouding van de ziekenomroep, de restauratie van de Bredase synagoge of het herstel van een historisch element in de eigen stad, maar een steuntje in de rug van de Bergse islamieten die een eigen moskee proberen te bouwen. Zoals ook wij geholpen zijn bij de restauratie van onze gebouwen. Hierop kregen we een groot aantal hele positieve reacties en een goed gevulde collectezak, maar ook een paar hele negatieve reacties. Alle hondjes heten Fikkie!

Het zou een deprimerend stukje worden als ik niet ook het weekend van 13 juni erbij zou betrekken. Die zondagmiddag was er op het Ravelijn een bijeenkomst die werd georganiseerd door de moskeeën, de kerken en diverse andere maatschappelijke groepen. Al voor het 14-de jaar op initiatief van onze protestantse kerk is er een informele ontmoeting tussen Bergenaren van allerlei herkomst. Er waren honderden mensen, jong en oud. Er was muziek, er werd gedanst en er waren hapjes. Je kon zomaar met mensen praatjes maken, maar het hoefde niet. Voor velen is het ook een moment om “bekende gezichten” te ontmoeten, mensen uit de straat, uit organisaties, uit de kerk, de moskee, de politiek of het verenigings- en maatschappelijk leven, die je anders nooit eens even zomaar aanspreekt. En nu kon het zomaar, want daarvoor waren we naar het ravelijn gegaan.

Wat viel op? Niemand heette Fikkie. Er waren nauwelijks hondjes. Wel allerlei hele verschillende mensen vaak met hele gezinnen. Mensen die van hun vrouw of man houden en lol hebben in hun kinderen. Mensen die hun ouders missen omdat ze zo ver weg wonen ….. helemaal in Groningen … of nog verder.

Mensen die met z’n allen in de zon stonden en zichzelf oefenden om elkaar het zonlicht in de ogen te gunnen.

Een prachtige uitdrukking, trouwens: “in de pot waarin iemand kookt, wordt hij zelf gekookt”. We zullen het vuurtje maar niet te heet opstoken, vind U ook niet?

Ds. Willem Vermeulen.

Juli 2004